OM Eist: 6 jaar cel in zaak drillrapruzie Scheveningen

DEN HAAG – De officier van justitie heeft bij de rechtbank in Den Haag een gevangenisstraf van zes jaar geëist tegen Rotterdammer Kevin A. (20). Hij is een van de verdachten van de gewelddadige confrontatie tussen Amsterdamse en Rotterdamse drillrapgroepen bij de Pier in Scheveningen. Justitie verdenkt A. van voorbereidingshandelingen van moord of doodslag, omdat hij op 10 augustus vorig jaar een vuurwapen zou hebben meegenomen naar Scheveningen.

Tijdens een steekpartij kwam de 19-jarige Cennethson Janga (’Chuchu’) uit Rotterdam om het leven. Twee Amsterdamse verdachten zitten daarvoor nog in voorarrest. Zij staan later dit jaar voor de rechter.

A. heeft zich volgens de officier gemengd in een ruzie die niet zijn ruzie was. Het was volgens haar een conflict van rapper Blacka en de Amsterdammer Tyrece B. (20), die nog voortvluchtig is. „A. is op de pier begonnen met het geweld, waarna er chaos ontstond. In het geweld is Janga doodgestoken”, zei de officier woensdag in de rechtbank in Den Haag. „A. is verantwoordelijk voor het begin van het gevecht en de beangstigende situatie die daarna ontstond.”

Tijdens de zitting liet de rechtbank de beelden zien die rapper Blacka onderweg naar Scheveningen deelde op Snapchat. Daarop is een wapen te zien. A., die met Blacka in de auto zat, ontkent in de rechtbank dat hij een wapen in zijn tas meenam naar de Scheveningse Pier. De rechtbank beschikt ook over bewakingsbeelden waarop de confrontatie tussen beide groepen te zien is.

De officier van justitie vroeg woensdag vrijspraak voor de poging moord dan wel doodslag, omdat de verklaringen van de getuigen tekortschieten om dit te bewijzen. Evenmin kan justitie bewijzen dat A. hierover vooraf met Blacka had gesproken. Wel zegt justitie genoeg bewijs te hebben voor vuurwapenbezit en het vastpakken en schoppen van B. Zijn advocaat pleitte voor vrijspraak voor deze feiten.

A. staat ook terecht voor diefstal met geweld tijdens een optreden van rappers Qlas en Blacka in Den Haag, waarbij het slachtoffer op zijn hoofd is geslagen met een telefoon. A. erkent dat hij toen klappen heeft uitgedeeld, maar ontkent dat hij verantwoordelijk is voor de diefstal van een Louis Vuitton-tas met daarin 1100 euro. Volgens de rechtbank lijkt het alsof A. optrad als lijfwacht van Blacka, maar A. wuift deze suggestie weg.

In zijn laatste woord benadrukte A. dat hij op de pier geen vuurwapen bij zich had: „Er wordt me iets opgedrongen.” De rechtbank doet uitspraak op 21 april.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *